Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen

13 oktober 2015

De droom van een Engeltje




Een ontevreden engeltje
Wilde graag een avontuur, wat vertier
Ze vond haar hemelse leventje
Saai en zo dood als een pier

De Eeuwigheid is ook niet zaligmakend, het valt tegen
Dus besloot ze  God om audiëntie te vragen
De Wijze Heer hoorde haar aan en gaf haar zijn zegen
Zo kon zij naar de aarde om zich uit te leven, net voor de feestdagen

In de nacht van vierentwintig december, totaal niet bang
Vloog ze door de hemelpoort naar de aarde
Aangeland hoorde ze tot haar verbijstering ‘engelengezang’
Luid en duidelijk klonk ‘Gloria in de hemel’, oh neen,
Dat sloeg nergens op, daarvoor kwam ze niet naar benee.

Even verderop ergens in de stad,
Daar was vast het avontuur, ze zag niemand die er bad
Mensen waren te druk met feesten, eten en zuipen
Dat was tenminste wat en binnen no time was ook engeltje ladderzat

Ze viel van haar kruk
En kon niet meer vliegen
Een vleugel was stuk
En de ander, was verbogen en blauw, echt waar zonder te liegen
 

God keek van zijn werkplek naar beneden
Schudde zijn hoofd en zond een bericht via de kerstengel
‘Heb je nou je zin, vervelende bengel, vanaf heden
Ben je nu met recht een gevallen engel’.

Vol schaamte boog zij haar hoofd
Maar God zou God niet zijn
Dus stuurde Hij een reddende engel zoals beloofd
met een koffer vol wonderen, eigendom van de hoogste Cherubijn

En zo kon zij na dit hachelijke incident
Met geheelde vleugels en weer volkomen transcendent
Door de Hemelpoort in het vroege ochtenduur
Totaal genezen van haar aardse avontuur



Tinkernel©

09 juni 2013

Re-Cycling (reïncarnatie)




Re-Cycling (reïncarnatie)

Nu Ben Ik Hier.
En dan weer Daar.
Er tussenin beleef Ik op mijn manier.
Keer op keer, vervlochten levens in elkaar.

Tinkernel©

29 januari 2012

Gestolen Kus

Laatst  zat ik in de trein
Het was ergens onderweg bij Oude Rijn
Tegenover mij zat een vreemde snuiter
Lang haar, zwarte cape, groezelig gezicht, echt een flierefluiter


Halverwege de reis haalde hij uit zijn lederen schoudertas
Ik begluurde hem terwijl ik deed alsof ik een boek las
Een beduimeld pakje brood wat vreemd rook.
De hele wagon werd ondergedompeld met de geur wat leek op gebakken knoflook

16 januari 2012

KUT gedicht

Soms als iets niet lukt
Denk je dat is ‘kut’.
Je pieker en peinst je suf
Alles wat je bedenkt is gewoonweg Kut


Net zoals die vrouw uit Appel Scha
Die voor haar man heerlijke bruine bonen soep kookte
En na haar gedane huisvrouw vriendelijke plicht hoopte
Dat manlief haar zou complimenteren
Was dat maar waar, zal ik je zweren.

02 januari 2012

Love & Peace

Na de euforie van Engelen gezang‘ Gloria in Excelsis Deo’   
Zijn er na de Lichtdagen
Nog weinig vredige klanken over.

Macht grijpt om zich heen
En zet Volkeren op het verkeerde been.


De een moet knokken om aan het kortste eind te trekken
De ander ontvangt blauwe plekken.


Waar is de Liefde voor de vrede gebleven?
Het kwaad duikt weer op, angst om te leven.


Al die wreedheden op Aarde laten u toch niet ijskoud?
Ga voor Liefde & vrede, dat is ons lijfbehoud.


Tinkernel ©

28 februari 2011

Ode aan het gouden blad



Hoe je ook wendt of keert
Altijd krijg je de volle laag
Zijn het geen waterdruppels, dan wel ijs
Soms als stenen zo hard en
Soms zo zacht als fluweel
Het leven eist zo zijn prijs

Ik heb je zien ontkiemen
Hoe snel werd je groot
Vrolijk wapperend en wiegend
in de zwoele wind, open en bloot
Je leek op een spelend kind
Door Moeder Aarde bemint.


Nu is het bijna voorbij
Je hangt wat treurig
zeer kleurrijk voor mij
eindelijk is het zover,
je valt, je bent vrij
het is met je gedaan
maar lijk je niet op ons, de mens,
wat is het verschil in ons bestaan?


Tinkernel ©

Healingzalf





Ondanks de eeltlaag op mijn ziel
Zijn oude wonden weer zichtbaar
opengescheurd.

Hoeveel tijd zal het vergen, het helen?
De barsten en de groeven, wanneer zullen ze glad zijn
gestreken?

Waar heb ik het potje met healingzalf gelaten?
Je weet wel, waarop in het hart staat gegroefd:
‘Liefde’


Tinkernel ©

Broken Dreams



 
Uiteengespatte dromen
Gevangen in hoge bomen
Meegenomen door de wind
Begerige gedachten
Voor hen die ze vindt.

Door overspoelde gevoelens
De ballerina,
Druipend in vergetelheid
Liefdeloos
Een achteloos weggeworpen viool
geworden tot een verschoten houten karkas
Alles was.

Beelden die niet lijken
De perfectie van de droom
De ballerina,
Bejubeld en bemind door
Publiek en een virtuoos violist
Alles is gebroken en gewist.

Een scherf van vergane glorie
Het gras dat ooit groener was
De kus die ooit romantisch voelde
In het licht van de ondergaande zon
Slechts schone schijn
Alles kon.

Nu rest slechts de uit-een-spatting
Meegevoerd door de wind
Naar het land van de gebroken dromen
Ben jij het die ik hoor,
de bewaker van de zwarte Nacht,
de healing-Dreamer, de Schaduw Vinder?

Tinkernel ©

Relaas van een Zeikerd




Een kater dronken van liefde
Vergat ergens in april
Onderweg naar zijn liefje
Zijn roze bril.

Voor haar deur zag hij zijn poesje niet staan
Wel een lelijke Eend, zo geel als een banaan
Hij kon het niet laten en piste vol overgave tegen haar rode fiets
Zijn lief stormde naar buiten en riep uit het niets:
 
‘Ik houd niet van zeikers, het is uit’.
Waarop hij zei, heel hard en luid:
‘Liever vrij om te zeiken, wat en waar ik wil,
dan te vrijen met een poes zonder hart en veel gegil!’

Tinkernel
©

14 februari 2011

Hemelse Tweeling



Daar, waar de wolken verdwijnen 
Aan het einde van de horizon, in het Licht van de dertiende Maan 
Zag ik hem, zonder gezicht, verschijnen 
Hij raakte mij aan, 
Stak zijn hand door de mijne 

Iets sprong op in mijn ziel, 
Ik werd geraakt 
Het kwam dwars door mij heen 
Zoals de bliksem de hemel klieft 
Voelde ik op dat moment het gemis van mijn eeuwige lief 

Geen taal, slechts een teken 
Een geschenk was mijn Lot 
Een zacht fluwelen doos 
Met een vuurrode Roos erop 
Verzegeld met een sleutel gestoken in een eeuwenoud hangslot 

Even plots als ik hem zag 
Verdween hij, meenemende mijn glimlach 
Achterlatend een mystieke kus 
Mijn eeuwige mysticus 
Liet mij wederom alleen op die door godvergeten, passiezondag 

Een eeuw later, ergens op een verlaten strand 
Vond een spelend kind een oude krant 
Daarin stond te lezen 
Dat een oude wijze vrouw van honderdnegen 
Was overleden, verdronken in haar eigen verdriet 

Niemand kon weten 
Dat ze eindelijk Daar was 
Waar haar lief was achtergebleven 
Omdat zij zo nodig een nieuw leven 
Moest gaan herbeleven

En zoals in alle hemelse sprookjes, inclusief achtergrond gezang 
Leefden ze verder achter de dertiende horizon 
In het Licht van de eeuwige Liefde, dansend wang tegen wang 
De hemelse tweeling, samen in de Uni-Bron, 
Dat is de naam van die Oneindige danssalon. 

Tinkernel ©

Zelf en de Gedachte


Het Zelf rekte zich uit
Lag luierend in het bos op het mos
Het Zelf deed geen fluit
Maar Zelf liet wel het Moraal los


Met de broek naar benee
Kwam de Gedachte voorbij om een voor elf
‘Zin in de Liefde’? vroeg Gedachte gedwee
‘Alleen als het zin heeft’, sprak Zelf


De Gedachte zelf was dwaas
Zelfs Gedachte werd supersnel
Zelf rende weg als een haas
En de Gedachte die wist het nu wel
Waar was het Moraal?


Tinkernel
©